Onderzoek naar mobiliteitsarmoede

Een familielid bezoeken, naar je werk reizen of simpelweg boodschappen doen: er zijn mensen die hiervoor geen of nauwelijks vervoersmogelijkheden tot hun beschikking hebben en zo worden belemmerd om mee te kunnen doen in de maatschappij. Mobiliteitsarmoede, zoals dit onderwerp genoemd wordt, staat de laatste jaren landelijk meer in de belangstelling. Reden voor Trendsportal om dit voor onze regio te onderzoeken: is er sprake van mobiliteitsarmoede in Noord-Limburg? En nog belangrijker; wat kunnen we eraan doen?

“We willen dat iedereen in Noord-Limburg toegang heeft tot mobiliteit”, legt Patrick Bouman, programmamanager a.i. bij Trendsportal, uit. “Het verhogen van de kwaliteit van leven is één van de doelen uit onze mobiliteitsvisie. Dit doel staat niet voor niets op de eerste plaats. Als je geen vervoer hebt en daardoor geen baan kunt vinden omdat je er niet kunt komen, niet kunt sporten of je vrienden niet kan bezoeken, heeft dat grote gevolgen. Mobiliteit is essentieel voor de kwaliteit van leven. We wilden dus weten of er in onze regio mobiliteitsarmoede heerst.”

Handvaten

Het onderzoek naar mobiliteitsarmoede wordt uitgevoerd door Zet. Programmamanager van Zet Kamieke van de Riet: “Er zijn geen cijfers van hoeveel Nederlanders precies last hebben van mobiliteitsarmoede. Wel heeft het CBS een aantal risico-indicatoren vastgesteld en heeft het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) een model ontwikkeld waarmee je de kans op mobiliteitsarmoede kunt bepalen. Dus er zijn wel handvaten. Maar met name het in gesprek gaan met mensen over wat hun situatie is en wat dit voor hen betekent, is belangrijk in het onderzoek. Wat zijn de gevolgen voor hun leven? Daar zitten uiteindelijk ook de aanknopingspunten voor oplossingen. Hierin zoeken we ook actief de samenwerking op met gemeenten en welzijnsorganisaties die in een wijk actief zijn. Zij zijn bekend met de mensen en kunnen goed inschatten wat de juiste manier is om mensen te bevragen. Door deze samenwerking is er een goed samenspel tussen de vertrouwdheid van de lokale mensen en de objectiviteit en expertise die wij vanuit Zet inbrengen.”

Eerste fase

Het onderzoek is gestart met de analyse van de zogenoemde risico-indicatoren, om zicht te krijgen in het risico op mobiliteitsarmoede in de verschillende dorpen en wijken van de Noord-Limburgse gemeenten. Kamieke: “Als je alle kenmerken bekijkt, komen bepaalde gebieden naar boven die meer risico lopen. Deze hebben we als globale risicogebieden aangewezen. Vervolgens hebben we drie profielwijken uitgewerkt die als voorbeeld gelden voor de andere gebieden. Hiermee willen we meer inzicht geven in wat de achterliggende redenen van mobiliteitsarmoede zijn in verschillende typen gebieden. Denk aan een wijk in een stad, een kleine kern met weinig voorzieningen en een tussenvorm daarvan.”

Achterliggende oorzaken

Waardoor ontstaat mobiliteitsarmoede? Kamieke: “Dat kan heel verschillend van aard zijn. Mobiliteitsarmoede speelt bij verschillende doelgroepen. Bijvoorbeeld mensen in afgelegen gebieden, ouderen, mensen met een migratieachtergrond, mensen met een laag inkomen of eenoudergezinnen. De bekendheid van het aanbod aan mobiliteit is heel belangrijk. Je moet natuurlijk wel weten dat het er is, wil je er gebruik van kunnen maken. Mensen moeten ook denken dat het aanbod voor hen bedoeld is. Ik heb mensen van rond de 70 jaar wel eens horen zeggen: die Wensbus, dat is voor bejaarden, niet voor mij. En daarbij: je moet het ook durven gebruiken. Voor sommigen is de drempel hoog om naar een initiatief te bellen met de vraag of ze opgehaald kunnen worden. Het zit vaak in kleine dingen, die voor mensen toch heel groot kunnen zijn.”

Mogelijke oplossingen

Zo verschillend als de oorzaken, zijn ook mogelijke oplossingen. “Denk aan de bekendheid van het mobiliteitsaanbod. Als professionals en vrijwilligers in het domein van zorg en welzijn goed op de hoogte zijn van het aanbod, helpt dat heel goed. Als een wijkverpleegkundige bijvoorbeeld opvangt dat een cliënt niet naar de verjaardag van haar kleindochter kan omdat ze geen vervoer heeft, kan hij of zij op dat moment het gesprek aangaan over de mogelijkheden die er wél zijn. En bij te weinig aanbod van mobiliteit kun je denken aan het concept van een deelauto die je met een vrijwilliger als chauffeur kunt reserveren. Ook daar zijn veel mogelijkheden in.”

Aanbevelingen

Aan het eind van het onderzoek levert Zet een rapportage op met concrete aanbevelingen waar de Noord-Limburgse gemeenten mee aan de slag kunnen om mobiliteitsarmoede aan te pakken. Patrick Bouman: “Op basis van de onderzoeksresultaten die er tot nu toe liggen, weten we al dat er in een aantal wijken en dorpen mobiliteitsarmoede heerst. Samen met onze samenwerkingspartners gaan we daarop actie ondernemen. Iedereen in Noord-Limburg moet zich kunnen verplaatsen. Daar maken we ons hard voor.”